Zestien totaal verschillende portretten met één flitser. Je leert kijken naar richting, hardheid en afstand, en bouwt daarna elke setup zelf op.

Veel fotografen voelen zich overweldigd in de studio. Te veel knoppen, te veel modifiers, te veel keuzes. Deze workshop is gebouwd om je te leren kijken, zodat je begrijpt wat licht doet en waarom.
Door met één lichtbron te werken, soms met een reflector of een V flat erbij, kom je niet weg met gokken. Je beheerst richting, hardheid en afstand. Daarna is één flitser genoeg voor portret, beauty en fashion.
Het verschil tussen hard en zacht licht gaat niet over helderheid of vermogen. Het gaat over hoe groot de lichtbron is vanuit het perspectief van je onderwerp. Dezelfde flits, een andere schijnbare grootte.
Een 120 cm octabox vlak voor je model wikkelt licht om het gezicht. Schaduwen lopen geleidelijk over in licht. Vleiend, vergevingsgezind.
Een naakte flitsbuis of een reflector met grid op afstand geeft scherpe schaduwen. Dramatisch, sculpturaal, het onthult elke pore.
Geen van beide is beter. De vraag is wat je wilt vertellen.
Een flitser zonder modifier is een blanco canvas. De vormer bepaalt zachtheid, richting en lichtuitval. Je herkent hem ook aan de catchlight in het oog.

Donut met dot in het oog

Rond, zoals een raam

Lange streep, zeer gericht

Zachtste, snelste optie

Hard, scherpe punt

Geen modifier, klein puntje
Dezelfde grijze achtergrond, dezelfde flitsinstelling. Alleen het onderwerp verschuift. Verdubbel je de afstand, dan houd je een kwart van het licht over.

Achtergrond volledig mee belicht, schaduwen zichtbaar.

Schaduw verschuift, achtergrond nog mee belicht.

Zachte gradient, klassiek editorial.

Achtergrond bijna zwart, onderwerp in een lichte pool.
Butterfly, loop, Rembrandt en split zijn geen stijlen. Het zijn fysieke gevolgen van waar je het licht zet. Schuif je licht 5 cm, en de neusschaduw gaat van loop naar Rembrandt.

Schaduw recht onder de neus, symmetrisch.

Klein schaduwlusje opzij, raakt de wang niet.

Schaduw raakt de wang, driehoek licht eronder.

Helft van het gezicht in licht, helft in donker.
Voor je naar de setups gaat leg je de fundamenten. Alle setups verwijzen terug naar deze negen.
Dit is het ankerpunt voor studioflits. Vanaf hier pas je aan op doel: meer scherptediepte, meer ambient of een andere sfeer. Je noteert je eigen waarden per modifier, en variaties kosten je minder dan een minuut.
Per setup een foto, een schema, equipment en de volgorde waarin je hem opbouwt. Kies een setup voor de instellingen.
Een goede opname is 80 procent van het werk. De laatste 20 procent bepaalt of je foto eruitziet als een snapshot of als editorial. Je werkt in Capture One, natuurlijk retoucheren in plaats van plastic.

Waar je lichter en donkerder maakt.

Hier sculpteer je met licht en schaduw.

Gesculpteerd, met de huidstructuur intact.
Alle setups in de workshop zijn gebouwd met Profoto flitsers, omdat het systeem de techniek uit de weg haalt. Wil je één stop lager, dan ga je van 5.0 naar 4.0. Klaar. Geen submenu, geen interpretatie.
Jeroen schreef het boek Powerful Portraits with one light, de basis van deze workshop. Zijn uitgangspunt is dat techniek nooit in de weg mag staan van de connectie met je onderwerp. Door belichting terug te brengen tot de essentie, houd je ruimte voor expressie, emotie en het verhaal van je model.
Datum, locatie, duur en prijs staan hier zodra ze vastliggen. Wil je als eerste bericht krijgen, stuur dan een bericht via de website of Instagram van Jeroen.